Home Het gebied Recreatie Het gedachtegoed Beeld en docs Links Vraag
  Home > Het gebied > Verleden  

Verleden

Heden

Landhuizen en buitenplaatsen

Locatie landgoederen en buitenplaatsen

Spreekbeurt
 

Onstaan van landgoederen en parken in Engelse landschapsstijl

De loop van de Rijn

De eerste mensen die de delta van het rivierengebied binnendrongen volgede de rivier de Rijn. Deze rivier werd in zijn loop naar het noorden belemmerd door grote stuwwallen. Deze waren in de voorlaatste ijstijd ca. 150.000 jaar geleden onstaan door het opdrukken van het ijs. Montferland, de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug drongen het water in westelijke richting, en via Utrecht mondde de Rijn bij Katwijk aan Zee in de Noordzee uit. De mensen profiteerden van deze hoge en droge ruggen en ze vestigden hun nederzetting. Ze waren eerst actief als jager, later als landbouwer.

Bisschop

In het jaar 1122 was Utrecht een bisschopsstad geworden. De Bisschop Godebald verlegde de loop van de Rijn door de rivier bij Wijk bij Duurstede in te dammen. De rivier was daar immers 'lek'en deze zijarm kon het water wel verstouwen. Deze ingreep legde de basis voor wat nu de 'Stichtse Lustwarande' heet. Het Kromme Rijn gebied kon ontgonnen worden en de vruchtbare bodem heeft een hoog productievermogen voor landbouwgewassen. De streek werd rijk en ze werd ontsloten door de weg van Utrecht naar Keulen. de Via Regia (de Koningsweg).

Netwerk van wegen, lanen en dorpen

In de loop van de tijd ontstond er een weefsel van parallelwegen en dwarslanen, waaraan de dorpen zijn vastgehecht. Langs de openruimte van de bouwlanden en waar de uiterwaarden grenzen zijn plekken ontstaan voor buitenplaatsen. Tot in de 19e eeuw was de heuvelrug een open heide landschap met vergezichten en enkele jachtbossen. Door bebossing ontstond een mozaïek aan open ruimten. Door de grootschalige bebossing van na 1850 slibden die open ruimten ook dicht. Dankzij de tabaksteelt tussen Leersum en Rhenen zijn er nog enkele open ruimten behouden gebleven. De Stichtse Lustwarande dankt haar naam en bekendheid aan de buitenplaasten die vanaf de 17e eeuw tot aan het begin van de 20e eeuw zijn aangelegd. De letterlijke vertaling is Utrechts (Stichtse), plezier (Lust), wandelgebied (Warande). In de periode van 1630 tot aan 1800, kwamen hier de grootste buitens in Franse stijl, Het Zeisterslot met Beek en Royen, Sparrendaal, Doorn, Zuylenstein en Amerongen zijn daarvan voorbeelden.

Vakantiegebied voor kooplieden

Vollenhoven en Broekhuizen luidden rond 1800 een nieuwe landsschapsstijl in: Huis en park werden op de zandgronden tussen De Bilt en Doorn aangelegd. Aan de overkant van de weg werden de overplaatsen aangelegd. Hierdoor is een samenspel van bebouwing en terreininrichting ontstaan met open ruimtes en zichtlijnen die verder strekken dan de weg. Er ontstond een vakantiegebied voor (zeer) rijke mensen, vooral bankiers en kooplieden uit Amsterdam en Utrecht. De Utrechtse Heuvelrug was tot die tijd nog weinig in trek, waardoor grote stukken grond relatief goedkoop gekocht konden worden. Vele rijken wilden een paar maanden per jaar het ongezonde stadsleven verruilen voor een aangenaam verblijf in de buitenlucht. Bovendien leende de zuidwestflank van de Utrechtse Heuvelrug (de overgang van de stuwwal naar het Kromme Rijngebied) zich uitstekend voor de aanleg van tuinen in de Engelse landschapsstijl.

De landgoederen hadden niet alleen een functie als vakantieverblijf, maar speelden ook een belangrijke rol in de sociale contacten die de verschillende families met elkaar onderhielden. Huwelijken konden worden gearrangeerd, er werd volop zaken gedaan, familiebanden werden aangehaald. Het was in de zomerperiode een komen en gaan van bezoek, met volop recepties en verlovingen. De koetsen reden af en aan. Al deze functies van de buitenverblijven verklaren de manier waarop ze zijn ingericht. Bossen waren er om in op jacht te gaan met je zakenvrienden (golfbanen bestonden nog niet). Verder moest het huis goed zichtbaar zijn vanaf de weg. Iedereen kon zo zien dat je erbij hoorde en wie bij wie op bezoek ging. Ook had elk huis een mooi park, aangelegd volgens de laatste mode (Engelse landschapsstijl). Daarin kon je met je bezoek wandelen. Dan waren er nog allerlei details, om het huis en de tuin te laten opvallen, bijvoorbeeld theekoepeltjes (zoals bij station Driebergen-Zeist), neprotsen, fonteinen en bruggetjes.

In de periode 1900 en 1920 werden de buitenplaatsen gebouwd met meer gemengde landschappelijke stijlen en geometrische parken. Deze buitens werden meer gebouwd op de hogere gebieden van de heuvelrug langs de weg tussen Doorn en Amerongen zoals De Ruiterberg. In deze periode ontstonden ook de eerste conferentieoorden en gezondheidsinstellingen.

Verval

Na de crisis in 1929 was het gedaan met de bouw van de buitenplaatsen en werden vele opgedeeld tot villaparken. Veel particulieren konden het zich niet meer veroorloven om de grote huizen te bewonen en de omliggende landerijen te beheren. Vele buitenplaatsen raakten in verval en in sommige gevallen werd sloop van de landhuizen onvermijdelijk. Vaker echter werden de huizen omgebouwd tot kantoorruimte en vond nieuwbouw in de omringende parkbossen plaats. De cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteit van de Stichtse Lustwarande is hierdoor aangetast. Het programma Stichtse Lustwarande heeft er voor gezorgd dat dit proces van verval gestopt is en de aloude kwaliteiten goed zichtbaar zijn.


Printen
 

Villa Darthuizerberg, in xxx gesloopt

 

Laatste update: 10/11/2011 11:32:17 AM
Powered by Mett, het systeem voor online samenwerken. Mett biedt alles om snel een virtueel kantoor, community of projectwebsite op te zetten.